Nederlands Dahomey Dwergrund Stamboek

De kleine koetjes die sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw de Nederlandse weiden bevolken, zij het nog zeer zeldzaam, stammen oorspronkelijk uit West-Afrika.
In het vroegere Dahomey, het huidige Benin en de omliggende landen aan de westkust van Afrika kwamen van oudsher al kleine korthoornige runderen voor. Onder invloed van de zich steeds meer over West-Afrika verspreidende zeboes verdwenen er steeds meer raszuivere dieren.
De oorspronkelijke dwergrunderen hadden een voordeel ten opzichte van de grotere zeboes, ze waren voor de door Tseetseevliegen overgebrachte gevreesde slaapziekte ongevoelig. Hierdoor konden de kleine runderen overleven in de moerasachtige lagunen aan de kust, die voor de zeboes ontoegankelijk waren, omdat die wel vatbaar waren voor besmetting.
Het Dahomey rund behoort tot de West-Afrikaanse korthoornrassen, die hun verspreidingsgebied vinden van Liberia tot Kameroen. Deze rassen hebben één factor gemeen, namelijk dat ze zeer klein zijn met een schofthoogte tussen 80 en 110cm. In België wordt het Dahomey rund ook Mayumbe rund genoemd, na de importen vanuit Dahomey naar Mayumbe in het toenmalige Belgisch Congo rond 1900.
De meeste dieren zijn zwart, maar bonte in alle kleurvariaties komen ook voor. Vaak werden de dieren in halfwilde verwaarloosde staat gehouden waarbij de zwarte kleur in het struikgewas minder de aandacht trok van roofdieren. Het volledig opdrogen van de uier na de zoogtijd is een kenmerk dat bij veel halfwilde en wilde runderen voorkomt, daar deze alleen maar in de weg zitten en beschadigd kunnen worden in het struikgewas.
De functie van het Dahomey rund was puur representatief.
Terwijl de Nederlandse Dahomey runderen zich in de loop der tijd van schamele dierentuindieren tot redelijk bevleesde dwergrunderen ontwikkeld hebben, had het oorspronkelijke vee niet veel vlees op de botten.
Het dier werd dan ook vooral voor rituelen gehouden. De stieren werden bij het overlijden van een stamgenoot geofferd en de overledene werd in de huid verpakt en bij gelegenheid in een familiegraf bijgezet. Vrouwelijk dieren werden als bruidsschat meegegeven.
Nadat stamverbanden en hiermee verbonden tradities verloren gingen, is de betekenis van deze dwergrunderen daar dan ook verdwenen.
In Benin schijnt nog een staatskudde te zijn, getuige foto's van dhr. Bernt, landbouwdeskundige uit de voormalige Duitse Democratische Republiek. Naast merendeels zwarte dieren zijn hierop ook fraaie zwart- en roodbonte dieren te zien. Helaas liepen er ook wat grote bruine zeboe stieren in die kudde, zodat het onwaarschijnlijk is dat deze kudde nog raszuiver is.
Rond 1900 zijn vanuit Mayumbe de eerste dieren in de dierentuin van Antwerpen terecht gekomen en waarschijnlijk terzelfder tijd ook vanuit de Duitse kolonieën in West-Afrika naar Duitsland gebracht, waar in de dierentuinen van onder andere Berlijn, München en Freiburg ook nu nog Dahomey runderen te zien zijn.
Halverwege de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn de eerste dieren in Nederland terecht gekomen en wel bij de heren Thijs en Jonkman in Dieverbrug. Beide heren hadden jaren van te voren al Dexter runderen naar Nederland gehaald, ze waren echter niet erg blij met het feit dat er regelmatig mismaakte kalveren geboren werden uit de vaak mooiste en kleinste koetjes. Er werd naar een oplossing gezocht en toen een van beide op vakantie in Duitsland de kleine Dahomey runderen tegenkwam leek de oplossing voor de hand en niet lang hierna verschenen de stier William en het koetje Lisa in het Drentse land. De bedoeling was om met dit tweetal de buldogfactor uit hun Dexter runderen weg te fokken, maar dit bleek niet zo eenvoudig. Toen de resultaten tegenvielen werd Marleen Felius om raad gevraagd. Marleen had op het gebied van koeien al naam gemaakt had met haar wereldvermaarde koeienencyclopedie waarin ze meer dan 700 koeienrassen beschrijft. Zij adviseerde hen om met dit experiment te stoppen daar de buldogfactor kenmerkend is voor de Dexter en legde hun uit hoe ze, rekening houdend met deze eigenschap, toch gezonde Dexter runderen konden fokken.
En zo kwamen William en Lisa inclusief hun nakomelingen deels bij de familie Van de Voirle uit Grave en deels bij ondergetekende terecht, die inmiddels het Dahomey bestand van de dierentuin uit Antwerpen overgenomen had. Aldus kwamen een aantal van deze dieren na talloze omzwervingen bij onze voorzitter Bonne Hylkema, die hiermee dus ook tevens als de nestor van het Nederlandse Dahomey rund gezien mag worden.
Inmiddels is in Nederland een stamboek opgericht met op dit moment 51 leden en ongeveer 300 dieren in Nederland en België. Duitsland heeft zijn eigen fokvereniging met ongeveer 40 leden en ongeveer 200 dieren terwijl ook Zwitserland en Zuid-Tirol in Noord-Italië ieder hun eigen fokvereniging hebben. Hiernaast bevinden zich nog een groot aantal niet geregistreerde dieren in handen van privé dierenparken en dierentuinen.
Het Dahomey dwergrund behoort met dit aantal dieren tot de zeldzame huisdierrassen, het wint echter zienderogen aan populariteit en waar onze Hollandse zwartbonte en roodbonte runderen steeds minder het Nederlandse landschap stofferen, misstaat het Dahomey rund allerminst in een Nederlandse wei.

 
DSC 0052